Proeftuin Erasmusveld
Logo Logo
6 juni 2018

Suzanne Monnier is verantwoordelijk voor de stadsakker op Proeftuin Erasmusveld. Samen met vrijwilligers verbouwt zij allerhande groenten en eetbare planten op een duurzame en eigentijdse wijze. Daarbij is volop aandacht voor afval, want zoals Suzanne aangeeft, de natuur kent geen afval. In dit interview legt Suzanne uit waarom.

Kun je in het kort uitleggen wat een stadsakker precies is?

Wij kennen akkers natuurlijk als flinke lappen landbouwgrond waar bijvoorbeeld granen, suikerbieten of boerenkool op worden geteeld. In de stad beschikken we niet over zulke grote stukken grond om voedsel te verbouwen, maar worden er de laatste jaren wel steeds meer buurtmoestuinen opgezet en zijn veel stedelingen actief op hun eigen volkstuin. De stadsakker op Proeftuin Erasmusveld is een soort moestuin XL. Voor stadse begrippen best groot met z’n 1500 m2, maar natuurlijk niets vergeleken bij de hectares land die de gemiddelde aardappelboer bewerkt!

Wat wordt er op de stadsakker verbouwd en waarom?

Omdat de tuin nog jong is verbouw ik nog vrij veel éénjarigen groenten, denk daarbij aan tuinbonen, sla, boerenkool, maar ook aan tomaten in de kas, pompoenen en courgettes. Daarnaast heb ik best veel vaste eetbare planten, struiken en bomen geplant rondom de fruitbomen die al op het terrein stonden. Sommigen van deze vaste planten kennen we allemaal, aardbeien en artisjok bijvoorbeeld, anderen zijn een stuk minder bekend, zoals udo, akebia, struikerwt, kardoen, olijfwilg, en rankspinazie. Stuk voor stuk groentes met veel potentie om ons in de toekomst op een andere, duurzame manier van voedsel te voorzien: lokaal, en met behoud en verbetering van de bodem. Het is mijn streven om uiteindelijk een systeem op te bouwen waar de verhouding tussen de teelt van éénjarigen en vaste eetbare planten fifty fifty is.

Je maakt gebruik van permacultuur, wat houdt dat precies in?

Permacultuur is een wetenschap voor het ontwerpen van de menselijke leefomgeving op een manier die ecologisch duurzaam en economisch stabiel is. De permacultuur is in de jaren zeventig ontstaan in Australië toen bioloog Bill Mollison en David Holmgren de bush-bush introkken op zoek naar antwoorden op de toen al schrijnende gevolgen van de industriële monocultuur landbouw. Centraal staan 3 ethische principes: zorg voor de aarde, zorg voor de mens, en eerlijk delen. Of zoals mijn docent Taco Blom het vaak verwoordt: zorgdragen voor alle levensvormen. Permacultuur wordt wereldwijd op kleine en grote schaal toegepast, en onterecht wordt vaak gedacht dat de permacultuur alleen een methode is om op een bewuste duurzame manier voedsel te verbouwen. De ethiek en ontwerpprincipes ('gebruik en waardeer hernieuwbare grondstoffen en diensten' bv) zijn toe te passen op elk denkbaar gebied! Bij het opzetten van een economisch model, op sociaal vlak, en zeker ook bij de bouw van woningen.

Je geeft aan dat afval in de natuur / op de stadsakker niet bestaat. Kun je dat uitleggen?

Kijk je naar een bos, dan zie je het eigenlijk meteen. Er is geen input van buitenaf nodig voor een bos om te leven, en een bos produceert ook geen belastende output. CO2 en water worden opgeslagen in de bodem, een prachtig complex web van miljoenen organismen, schimmels, bacteriën, en organisch ‘afval’. Afval is hier leven. Op een omgewaaide boom groeien mossen en paddestoelen, wormen trekken gevallen bladeren de grond in, produceren uitwerpselen die vervolgens de bomen en planten weer voeden. De natuur is een gesloten kringloop systeem. Met een beetje slimmigheid kun je die processen observeren, kopiëren en toepassen. In de praktijk betekent dit dat ik zo min mogelijk input van buitenaf probeer te gebruiken, en gebruik maak van alles wat de plek zelf te bieden heeft. Ik vang regenwater op om éénjarige planten water te geven, en hou de bodem bedekt met levende en dode mulch, zodat de bodem rondom de vaste planten niet uitdroogt en gevoed wordt. De oude coniferen die op het terrein stonden doen nu dienst als takkenwallen, die voor windkering zorgen en een schuilplaats zijn voor talloze kikkertjes, padden, en vogels. Uitgebloeide stengels laat ik staan tijdens de winter, zodat nuttige insecten een schuilplaats hebben om te overwinteren. Zogenaamd tuinafval vergroot dus de biodiversiteit en maakt je systeem veerkrachtiger!

Wat is compost?

Compost bestaat uit plantaardige resten die door micro-organismen bijna tot humus zijn afgebroken. Het is een product met een hoog stabiel organische stofgehalte en nutriënten die geleidelijk beschikbaar komen voor de planten. Compost is onmisbaar bij het telen van éénjarige groenten, en broodnodig om onze verarmde bodems weer tot leven te wekken. Composteren kun je op verschillende manieren doen. Klein en grootschalig. Op de stadsakker stond sinds dit jaar al een kleine wormencompostbak en daarnaast hebben we tijdens het afval-event ook nog een grote composthoop opgebouwd. Een wormencompostbak is heel geschikt om je keukenresten te verwerken, ook thuis! Dat klinkt misschien een beetje vies, maar dat is het niet, gezonde wormencompost ruik je namelijk niet. Een composthoop kun je heet en koud opbouwen, met of zonder kering. Goed composteren is echt een vak. Alleen met de juiste verhouding aan bruin (koolstof) en groen (stikstof) materiaal en de juiste hoeveelheid water en zuurstof kun je mooie goed verteerde compost produceren.

Hoe werkt het?

Composteren kan op verschillende manieren. Klein en grootschalig. Om al het GFT afval (zowel huishoudelijk GFT, als tuin GFT, als groen GFT) binnen de wijk te verwerken kun je de verwerking hiervan spreiden. Kleine huishoudens kunnen hun eigen keukenafval verwerken met wormenbakken (dat klinkt vies en onesthetisch, maar dat hoeft het helemaal niet te zijn!), huizen met een eigen tuin kunnen ruimte maken voor een kleine composthoop of compostvat. Op een gezamenlijke tuin kan een grotere composthoop worden onderhouden, er kunnen  verspreid door de wijk grote wormenbakken staan (een prachtig voorbeeld hiervan is Le Compostier, zie bijlage, echt een aanrader!), en er kan natuurlijk ruimte gemaakt worden voor een veel grotere composthoop, grenzend aan een gezamenlijke tuin en/of goed bereikbaar voor de hele wijk.

En afval?

 ‘Afval’ kun je op verschillende manieren composteren (composthoop, wormencompostbak, of ter plekke: ‘chop & drop’, wat zoveel betekent als: je knipt zogenaamd onkruid af en laat het ter plekke liggen om te composteren en de bodem te bedekken. Compost kun je vervolgens weer gebruiken om nieuw leven mee te voeden (de planten die we eten). In mijn ontwerp voor de stadsakker heb ik op verschillende manieren gebruik gemaakt van ‘afval’. De takkenwallen, het insectenhotel, de pompoenwal, de bessenwal, de geënte oesterzwam stammetjes, alle palen, al het vlechtwerk is allemaal gemaakt met ‘afval’ in en om het terrein (de coniferen die op de akker stonden, de bovenlaag grond die met het frezen van de bodem is ‘afgeschraapt’, de wilgentenen van de knotwilgen aan de Erasmusweg, de houtsnippers die op het terrein lagen van eerder omgehakte coniferen etc.).

Waarom laat je de distels staan op de akker?

Distels zijn typische pioniersplanten. Distels komen vaak voor op zwaardere bewerkte grond met voldoende waterbevoorrading, Met hun sterke penwortels breken ze de grond open en maken ze ruimte voor nieuwe planten binnen de successie. Ken je de uitspraak 'distels trekken is distels stekken’?. Distels bestrijden is bijna onbegonnen werk. Maar stop je met het frezen en spitten van je grond, en laat je de distel zijn werk doen, dan zul je zien dat hij na een aantal jaren vanzelf verdwijnt. In de tussentijd voedt de distel ongelooflijk veel insecten. Op de akkerdistel alleen al zijn 292 verschillende soorten insecten aangetroffen. Op de stukken waar ik éénjarigen groentes teel, snij ik de distels en andere sterke pioniers bij de grond af!

Wat bedoel je met voedseltransitie?

Je hoort de term steeds vaker. Voedseltransitie. We zijn op een punt beland dat de manier waarop we ons voedsel produceren en consumeren de bodem volledig uitput, voor welvaartsziektes zoals obesitas zorgt, en verantwoordelijk is voor een groot deel van de klimaatverandering. Dat vraagt om een gigantische ommezwaai. Een nieuw eerlijk voedselsysteem, waarbij we zorgdragen voor álle levensvormen. De radicale versie? Geen transporten meer over lange afstanden, maar kleinschalige biodiverse productie, minder consumptie van dierlijke producten, en kwalitatief hoogwaardige lokale voeding. Dat is best even slikken, want we zijn met z’n allen natuurlijk gigantisch verwend geraakt. Dat betekent trouwens niet dat we op een houtje moeten gaan zitten bijten! Één van de dingen waar ik me hard voor wil maken is het op de kaart zetten van vaste eetbare planten, en laten zien dat gezond eten ook écht heel erg lekker kan zijn!

Welke rol zie jij voor de stadsakker in de toekomstige wijk?

Het bij elkaar brengen van voedselproductie en wonen ligt linea recta in lijn met de voedseltransitie. Een stadsakker in de wijk zal natuurlijk nooit alle monden kunnen voeden in de wijk. Maar ik kan me voorstellen dat met de eigen productie bijvoorbeeld wel eens per maand een heerlijke gezamenlijke maaltijd kan worden bereid in het paviljoen, of er kunnen inmaakmiddagen worden georganiseerd om samen pruimenjam, appelcider en vlierbloesemsiroop te maken. Tuinieren is natuurlijk ook gewoon een heerlijke hobby, en eten uit eigen tuin onbetaalbaar! De rol van de akker? Een plek om te verbinden, mensen bij elkaar te brengen, samen te delen en bewust anders om te (leren) gaan met de productie en consumptie van voedsel. 

Voor de beste ervaring maakt deze website gebruik van cookies. Wat betekent dit voor jou?